Vlaanderen wil terecht meer innovatie, meer ondernemerschap en een hogere productiviteit. Maar wie meer economische waarde uit kennis wil halen, moet ervoor zorgen dat er voldoende nieuwe kennis blijft ontstaan.
Voor een kleine, open economie als de onze is die kennisbasis een van onze belangrijkste economische grondstoffen. Het Vlaams regeerakkoord erkent dat expliciet als fundament voor welvaart en welzijn. Precies daarom wil de Vlaamse Regering de investeringen in onderzoek en ontwikkeling optrekken tot 5 procent van het bbp, de publieke investeringen richting 1 procent brengen en tegelijk sterker inzetten op economische valorisatie.
De Vlaamse Regering staat deze dagen voor moeilijke begrotingskeuzes. Dan is het verleidelijk om elke uitgave op dezelfde manier te bekijken. Maar niet elke euro die we vandaag uitgeven, heeft dezelfde betekenis voor onze welvaart van morgen.
Universitair onderzoek is daarvan een uitstekend voorbeeld. Vlaanderen beschikt over een internationaal excellente onderzoeksbasis. Die levert niet alleen wetenschappelijke topprestaties op, maar vormt ook de voedingsbodem voor nieuwe technologie, innovatieve bedrijven en samenwerking met de industrie.
Vlaanderen investeert al decennialang in kennis, onder meer via BOF, FWO en IOF. Het resultaat mag gezien worden. Onze universiteiten behoren tot de sterkste onderzoeksinstellingen van continentaal Europa en scoren hoog op publicaties, doctoraten, internationale samenwerking, octrooien en samenwerking met bedrijven.
Ook in Europese onderzoeksprogramma’s spelen ze boven hun gewicht. Zo ontvangt Vlaanderen 3,31 procent van de middelen die binnen Horizon Europe voorlopig zijn toegekend, aanzienlijk meer dan op basis van de omvang van ons onderzoeks- en innovatie-ecosysteem verwacht kan worden. Onze universiteiten nemen daarvan bijna de helft voor hun rekening.
Die ambities versterken elkaar. Onderzoek en valorisatie zijn geen concurrerende bestemmingen voor dezelfde euro aan investeringen. Zonder excellent onderzoek valt er uiteindelijk minder te valoriseren.
De cijfers tonen bovendien dat onze universiteiten vandaag al volop economische waarde creëren. In 2024 realiseerden ze 378 miljoen euro aan contractinkomsten met de privésector en werden meer dan 200 octrooien toegekend. In 2025 werden bijna 250 licenties afgesloten. Tussen 2022 en 2025 ontstonden 100 nieuwe spin-offs, samen goed voor 300 jobs. Bovendien is 15 procent van de onderzoeksfinanciering van het hoger onderwijs in Vlaanderen afkomstig van bedrijven, ruim boven het Europese gemiddelde.
Dat betekent niet dat we tevreden achterover moeten leunen. Kennis kan nog sneller doorstromen naar bedrijven en samenleving. Kansrijke onderzoeksresultaten kunnen nog tijdiger worden geïdentificeerd, onderzoekers met ondernemersambitie ondersteund en de financiering van onderzoek tot marktintroductie beter op elkaar afgestemd.
Maar laat ons oorzaak en gevolg niet omkeren. Valorisatie begint niet bij een octrooi, licentie of spin-off. Ze begint vaak jaren eerder, meestal bij onderzoek waarvan niemand vooraf kan voorspellen welke economische toepassingen eruit zullen ontstaan.
Wie alleen investeert in de laatste kilometers naar de markt, maar bespaart op het vertrekpunt, zal uiteindelijk minder naar die markt kunnen brengen.
Dat is des te belangrijker omdat Vlaanderen voor een structurele economische uitdaging staat. Door de vergrijzing zullen we met het beschikbare talent meer toegevoegde waarde moeten creëren. Onze productiviteit moet omhoog. En daarvoor zijn nieuwe kennis, technologie en innovatie onmisbaar.
Universiteiten zitten midden in die keten. Ze leiden talent op, ontwikkelen kennis en technologie, werken samen met bedrijven en creëren via licenties en spin-offs nieuwe economische activiteit.
De recente uitgaventoetsing naar het valorisatiepotentieel van de universiteiten maakt de mogelijke hefboom tastbaar. Een hogere productiviteit inzake onderzoek, ontwikkeling en innovatie kan volgens die oefening na vier à vijf jaar tot 477 miljoen euro per jaar genereren. De potentiële bijkomende inkomsten voor de Vlaamse overheid worden geraamd op 56 miljoen euro per jaar.
Dit zijn vanzelfsprekend ramingen, geen gegarandeerde opbrengsten. Maar ze maken één zaak glashelder: de relevante vraag is niet hoeveel we op onderzoek kunnen besparen, maar welke toekomstige economische groei, innovatie en welvaart we op het spel zetten wanneer we dit doen.
Natuurlijk moet Vlaanderen blijven streven om nog meer van zijn excellente kennis om te zetten in innovatie en economische activiteit. Universiteiten, bedrijven en andere kennisinstellingen moeten blijven inzetten op maximale kennisuitwisseling . Veelbelovende technologie mag niet stranden omdat onderzoeksfinanciering stopt voordat marktfinanciering beschikbaar is.
Fundamenteel onderzoek is onzeker: niet elk project wordt een octrooi, niet elk octrooi een product en niet elke technologie een succesvolle onderneming. Maar zonder een brede en excellente onderzoeksbasis ontstaan ook de uitzonderlijke doorbraken niet die nieuwe markten en productiviteitswinsten mogelijk maken.
Dat ecosysteem is gedurende decennia opgebouwd. Het kan veel sneller worden verzwakt dan opnieuw gecreëerd. Begrotingsdiscipline is noodzakelijk. Maar niet elke besparing is economisch verstandig. Wie vandaag op onderzoek bespaart, ziet onmiddellijk een lagere uitgave. Veel minder zichtbaar zijn de innovaties die over vijf of tien jaar niet ontstaan, de spin-offs die niet worden opgericht en de productiviteitswinsten die uitblijven.
Vlaanderen beschikt over een internationaal excellente kennisbasis die vandaag al aanzienlijke economische en maatschappelijke waarde creëert. We roepen de Vlaams Regering op om die hefboom groter te maken, niet om het fundament ervan te verzwakken.
Wie meer valorisatie wil, moet blijven investeren in excellent onderzoek. Wie onze productiviteit wil verhogen, moet investeren in de kennis en technologie die dat mogelijk maken. Wie morgen meer wil oogsten, moet vandaag blijven zaaien.
Jan Danckaert (VUB), Petra De Sutter (UGent), Herwig Leirs (UAntwerpen), Bernard Vanheusden (UHasselt), Severine Vermeire (KU Leuven).