De Vlaamse universiteiten hebben deze week via hun belangenorganisatie VLIR een klacht tegen de Europese Commissie ingediend bij de Europese Ombudsman. Directe aanleiding is het aanhoudend gebrek aan duidelijke antwoorden en richtlijnen over de deelname van Israëlische instellingen aan het Europese onderzoeksprogramma Horizon Europe. Ondanks herhaalde vragen vanwege VLIR en zijn Franstalige partnerorganisatie CRef blijft de Europese Commissie in gebreke.
De Vlaamse universiteiten worden regelmatig geconfronteerd met fundamentele vragen over de verenigbaarheid van hun onderzoekssamenwerkingen met het internationaal recht en met hun engagementen inzake mensenrechten. Zij hebben de afgelopen jaren aanzienlijk geïnvesteerd in procedures en instrumenten, zoals de interuniversitaire mensenrechtentoets en de verdere uitbouw van ethische commissies binnen de individuele universiteiten. Op Europees vlak blijft echter een tastbaar en duidelijk kader ontbreken om de resultaten van die toetsingen te vertalen naar concrete beslissingen binnen Horizon Europe.
Bernard Vanheusden, voorzitter van VLIR: “Wij hebben de Europese Commissie sinds mei 2024 herhaaldelijk om verduidelijking gevraagd. De antwoorden van de Commissie blijven echter beperkt tot generieke verwijzingen naar bestaande regelgeving en procedures, zonder concrete richtlijnen, criteria of motivering. Daardoor worden universiteiten die omwille van het risico op mensenrechtenschendingen een samenwerking willen beëindigen, geconfronteerd met grote juridische onzekerheid en mogelijke financiële sancties”.
Met de klacht bij de Europese Ombudsman vraagt VLIR dat de Europese Commissie eindelijk haar verantwoordelijkheid opneemt en duidelijkheid verschaft over onderstaande essentiële kwesties:
“De Vlaamse universiteiten vragen geen uitsluiting van instellingen op basis van nationaliteit, maar een transparant, onafhankelijk en juridisch onderbouwd beoordelingskader. Zij willen op een consequente en rechtszekere manier hun internationale verantwoordelijkheden kunnen opnemen, met respect voor mensenrechten, internationaal recht en academische vrijheid”, aldus Koen Verlaeckt, secretaris-generaal van VLIR.